norberto llopis segarra

home

Press critics from belgium, about “materia Potency” in“De Morgen”

by Pieter T’Jonck

jFantoompijn

In de twintigste eeuw maakte in de beeldende kunst de gedachte opgang dat een schilderij ‘op zich’ iets zou kunnen betekenen, ook als het niets afbeeldt. De dans kende een analoge gedachte: bewegingen zijn op zich expressief, ook zonder verhaal. Het werk van Merce Cunningham is bijvoorbeeld gebaseerd op die vooronderstelling. Die wordt ook bij elke voorstelling herhaald. De vraag is of dat soort dans zou ‘werken’ zonder die ideologische ‘bijsluiter’. Kunnen we abstracte dans smaken als er om het even wat schijnt te gebeuren? Of ervaren we dat als totaal absurd? Die vraag is op prikkelende wijze aan de orde in ‘Materia and potentiality’, een stuk van de Spaanse choreograaf Norberto Llopis Segarra. Het stond verleden week op ‘DasArts meets De Bank’ in Victoria Gent. Bij de aanvang van het stuk zitten vier dansers, Segarra zelf en drie vrouwen, zwijgend op vier stoelen, met de rug naar het publiek. Zoals ze de lege ruimte voor hen aanschouwen lijkt het alsof ze zelf ook publiek zijn, en wachten op wat komen gaat. In zekere zin is dat ook zo, besef je op het einde. Ook zij weten namelijk niet precies hoe het stuk zal verlopen. Als kijker kan je aan de gebeurtenissen echter helemaal geen touw vastknopen. Plots staat Llopis Segarra op en loopt de zaal uit. Een danseres volgt even later. Een derde veert plots op, en maakt enkele wijdbeense, mallotige sprongen, als een kind dat iets onzinnig moeilijks wil proberen. De vierde danseres tenslotte blijft halsstarrig zitten, ook als de anderen binnen- en buitenlopen en door elkaar, maar zonder enige regelmaat, een zelfde soort bizarre oefeningen houden. Ze geven van geen enkele emotie blijk. Enkel diepe ernst tekent hun gezicht. Al snel ga je op zoek naar een ordenend principe. Dat de vierde danseres niets doet is zowat de enige constante die te ontdekken valt. Maar ook die ene zekerheid wordt onderuit gehaald als ook zij naar de muur holt, er tegen op loopt en dan doodgemoedereerd naar haar stoel terugkeert. Nog even hoop je dat zij zich tot die ene actie zal beperken, zodat je theorie toch enigszins stand houdt. Maar even later wordt die hoop de bodem ingeslagen: simultaan ontwikkelen de vier een ingewikkelde figuur van kruisende lijnen en gooien daarna met hun stoelen. De vraag is natuurlijk: waarom zou deze absurde actie ons aanbelangen? Dit stuk saboteert moedwillig en grondig elke logica, elke keten van oorzaak en gevolg, elk onderliggend verhaal. Dat blijkt uit de opname van een korte dialoog tussen de performers op het einde van het stuk. Er is dus echt ‘niets’ te zien, behalve de concrete dingen die gebeuren. Die vallen op oneindig veel manieren te verklaren, maar geen enkele verklaring houdt ooit helemaal steek. De frustratie daarover confronteert je met onze westerse, onuitroeibare neiging om overal een ordenend principe, een betekenis achter te zoeken. Hier lijden we echter onder fantoompijn: de betekenis werd immers geamputeerd. En zie, zonder gaat ook. Het levert zelfs een bevrijdende schaterlach op.

Pieter T’Jonck